Ik was een jaar of 30 toen mijn kapster tegen mij zei: ‘Je haar wordt bovenop dunner.’ Pardon? Ik schrok. Ik, kalend? Die zag ik even niet aankomen. Zeker op zo’n jonge leeftijd vond ik haar nog erg belangrijk. Het hoorde bij hoe ik mezelf zag.
De jaren erna viel mijn haar telkens iets meer uit. Inmiddels ben ik bijna 60. Van mijn weelderige haardos is nog maar een gering deel over. Dat vind ik jammer, maar een big issue in mijn leven is het niet. Ik draag zelden een cap en sta bij feestjes graag op tafel te dansen. Toch merk ik soms dat het wel degelijk iets met me doet. Als ik in de spiegel kijk, zie ik nog steeds iemand die fit en energiek is, maar die kale plekken vertellen een ander verhaal.
Natuurlijk kan ik het volledig accepteren en mijn hoofd scheren. Dat staat veel mannen goed, om niet te zeggen héél goed. Denk maar aan voetbaltrainer Arne Slot of – iets dichter hij huis – hardlooptrainer Rob van Noordt; mannen die hun kale look juist kráchtig maken. Maar niet iedereen voelt zich prettig bij die keuze. En waarom zouden we kaalheid per se moeten ‘omarmen’ als er ook andere opties zijn? Een van die opties is uiteraard een haartransplantatie.
Geschiedenis
Maar waarom hechten we eigenlijk zoveel waarde aan haar? Waarom is kaalheid een gevoelig onderwerp voor veel mannen (en vrouwen)? Haar is in de geschiedenis altijd een teken van vitaliteit en kracht geweest. Van de dikke manen van de Romeinse keizers tot de popiconen van de jaren ‘80: een volle bos haar werd vaak geassocieerd met aantrekkelijkheid en jeugdigheid. Maar er zit ook iets biologisch in. Evolutiepsychologen stellen dat haar een rol speelt in de manier waarop we gezondheid en vitaliteit onbewust waarnemen. Haarverlies wordt daardoor vaak gelinkt aan ouder worden, zelfs als iemand zich nog topfit voelt.
Daarnaast is er de maatschappelijke norm. Terwijl vrouwen vrij zijn om hun haar te verven, te verlengen of te stylen zonder dat iemand daar iets van vindt – sterker, volgens een vriendin van mij wordt dat zelfs min of meer van een vrouw verwacht – wordt van mannen vaak verwacht dat ze hun haarverlies gewoon maar ‘accepteren’. Een haartransplantatie wordt soms gezien als ijdel, terwijl het in feite niets anders is dan een keuze voor zelfzorg. Net zoals sporten, gezond eten of een goed verzorgde huid.

Investering
Voor mij voelt een haartransplantatie niet als een zwaktebod, maar als een investering ín en cadeautje áán mezelf. Net zoals ik gezond eet, veel beweeg en mijn lichaam goed verzorg, vind ik het geen gek idee om ook aandacht te besteden aan mijn uiterlijk. Ik identificeer me niet met mijn haar, zou ook zonder gelukkig door het leven kunnen gaan. Maar als ik er iets aan kan doen en dat fijn vind, waarom niet?
Het is tijd om haartransplantaties uit de taboesfeer te halen. In landen als Turkije en Spanje is het allang de normaalste zaak van de wereld, maar in Nederland wordt er nog met enige terughoudendheid – al wordt het zeker wel minder – over gesproken. Misschien omdat het doet denken aan onzekerheid? Terwijl het in feite net zo goed een bewuste, positieve keuze kan zijn.
Een haartransplantatie is geen garantie voor geluk. Het is geen must. Maar het mag wel een optie zijn, zonder oordeel. Want uiteindelijk draait het niet om haar alleen, maar om hoe jij je voelt als je in de spiegel kijkt. Welke keuze maak jij als je kalend wordt?